Waarom taiji quan?

 

Tegendraads-lachend ...

De titel van deze tekst was een woordspeling van Denis, die ik later begreep: "je wordt niet tegengewerkt / bent niet boos maar je werkt-lachend-tegen " (in het Frans: « tu n’es pas contrarié mais contra-riante ») en die zin definieerde precies mijn toestand. 

De situatie: hij gaf me een spiegel van mezelf en liet me zien hoe en tot waar de yin-tijd van een bepaalde beweging zou moeten gaan.  Zoals altijd verstoorde zijn verschijning me, maar stoorde in de zin van zoals wanneer mijn telefoon gaat;  ik ben in mijn bubbel en de telefoon belt me eruit.  Ik glimlachte en volgde zijn instructies.

En als ik me soms afvraag wat is taiji quan (tai chi chuan)?  Wat leert deze beoefening mij ?  Dan is deze verandering van houding van geïrriteerd naar geïrri-lachend al één van de vele antwoorden.  Vroeger zou deze spiegel die me voorgehouden werd een lawine van twijfels aan mijzelf en de praktijk hebben veroorzaakt.  Zelfs zo ver gaande als gedachten als: "Je bent niks waard.  Stop maar met deze beoefening, want je zult het nooit kunnen. "

De observatie dat de spiegel van mij mij nog steeds, maar momentaan, in een staat van teleurstelling brengt en dat mijn eerste reactie altijd een 'tegenreactie' is van wat ik zie (een verleiding om eerst te ontkennen en / of  excuses te bedenken) maar dat dit gedrag me nu aan het lachen maakt om mijn eigen reacties en gedachten, is paradoxaal genoeg een evaluatie van mijn "vooruitgang". 

Niet langer ertegen ingaan, maar accepteren dat ik niet aanwezig ben zoals ik dacht dat ik was en dat elk gerinkel me kan helpen om dat wel te zijn, om terug te komen. Onze praktijk is precies deze "eeuwige" herhaling van terugkeren.  En dus van weggaan.  En weer terugkeren.  Dit kan zich veel verder uitstrekken dan alleen tijdens de stricte beoefening, maar we hebben deze herinnering nodig. 

Bovendien is het een terugkeer naar de basis, naar het begin ... Tai chi chuan als een eeuwige terugkeer naar het begin.  Waarom is het een terugkeer, een terugkeer naar de basisbeginselen, naar de basis?  Omdat het einde in de basis ligt.  Dat wil zeggen, als ik er echt voor 100 procent ben, is dat het.  Er is niets méér te doen of te worden.  Het begin is dus het einde.  Yin Yang.

Wat Denis ook zei, ironisch, alsof hij mijn / onze gedachten kon lezen: "Onder de blik van de ander is het niet hetzelfde / als je thuis de vorm doet, gaat het zoveel beter enz." Aldus de excuses verwoordend die we voor onszelf verzinnen omdat we niet zijn waar we dachten dat we waren of zouden willen zijn.

Die nacht, na een dag oefenen met veel moeite (proberen terug te gaan naar de plaats waar geen moeite meer zou zijn) om de instructies van ´Reunir 2´ (het 12e jaar van de opeiding) in praktijk te brengen, had ik een droom.  Ik was in een kamer met een grote witte tijger.  Toen ik hem zag, voelde ik eerst een angst voor dit enorme dier en was ik even bevroren.  Toen voelde ik dat hij in een rustige toestand was en hij naderde in slow motion en gaf me een kopje tegen mijn buik.  Ik viel er bijna van om.  Hij was zo alomtegenwoordig in de kamer dat ik de deur voor hem opendeed.  Hij ging buiten wandelen en begon toen ontspannen en in zijn element te galopperen.  Ik ging ook naar buiten om hem te zoeken ...

Ingrid

Contra-riante

 

Le titre de ce texte était un jeu de mot de Denis, que j’ai compris plus tard : « tu n’es pas contrariée mais tu es contra-riante » et cette phrase définissait exactement mon état. La situation : il me présentait un miroir de moi en me montrant jusqu’à où et comment le temps yin d’un certain mouvement aurait dû aller. Comme toujours son apparition m’a perturbée, mais perturbée comme quand mon téléphone sonne ; je suis dans ma bulle et le téléphone m’appelle et m’en fait sortir. Je souris et suivis ses instructions.

Et si parfois je me demande qu’est-ce que le tai chi chuan ? Qu’est-ce que cette pratique m’apprend? Ce changement d’attitude, de contrarié vers contra-riante, est déjà une réponse parmi bien d’autres. Auparavant, ce miroir de moi aurait déclenché un effet avalanche de doutes en moi et dans ma pratique. Même allant jusqu’à des pensées comme : « Tu es nulle. Arrête cette pratique parce que tu n’arriveras jamais ». Le constat que ce miroir de moi me met toujours, mais momentanément, dans un état de déception et que ma première réaction est toujours un « aller-contre » au ce que je vois (une tentation de nier d’abord et/ou de chercher des excuses) mais que maintenant ce comportement me fait rire de mes propres réactions et pensées, ce constat est paradoxalement une évaluation de mon « progrès ». Ne plus aller contre mais accepter que je ne suis pas présente comme je le croyais être et que toute sonnerie peut justement m’aider à l’être, à revenir. Notre pratique consiste justement en cette répétition « éternelle » du revenir. Et donc du sortir. Et du y revenir de nouveau. Cela peut s’étendre bien au-delà de la pratique proprement dite mais il nous faut ce rappel. En plus c’est un retour vers les bases, vers le début… Le tai chi chuan comme un éternel retour au début1. Pourquoi est-ce un retour, un revenir aux bases, à la base ? Parce que la fin est dans les bases. C’est-à-dire quand je suis vraiment à 100 % là, c’est tout. Il n’y a plus rien à faire ou à devenir. Le début est donc la fin. Yinyang.

Aussi Denis disait, plein d’ironie, comme s’il pouvait lire mes/nos pensées, « sous le regard de l’autre ce n’est pas pareil ; quand vous faites la forme chez-vous, tout va tellement mieux, etc. » ainsi prononçant les excuses que nous nous faisons pour ne pas être là où l’on se croyait ou que l’on aimerait être.

Cette nuit-là, après une journée de pratique avec beaucoup d’efforts (des efforts pour revenir à l’endroit où il n’y aurait plus question d’effort) afin de mettre en pratique les consignes de Réunir 2, j’ai fait un rêve. J’étais dans une pièce avec un grand tigre blanc. Quand je l’aperçus, je ressentis d’abord de la peur devant cet animal énorme et je me figeai un instant. Puis je sentis qu’il était dans un état tranquille et il s’approcha au ralenti et il me frôla de sa tête contre mon ventre. Cela me fit presque tomber. Il était tellement omniprésent dans la pièce que je lui ouvris la porte. Il sortît se promener, et puis se mit à marcher tout détendu et dans son élément et je suis sortie moi aussi, pour aller le rejoindre...

Ingrid

St Jerome dans sa grotte